Onderhandelingsresultaat CAO OPENBAAR VERVOER

van 1-1-2016 tot en met 31-12-2017

 

Op 2 juni 2016 zijn de Vereniging Werkgevers Openbaar Vervoer en de vakorganisaties FNV Streekvervoer en CNV Vakmensen een onderhandelingsresultaat overeengekomen met de volgende inhoud:

Looptijd
De cao heeft een looptijd van 2 jaar, te weten van 1 januari 2016 tim 31 december 2017.

Lonen
Per 1 juli 2016 worden de cao -Ioonschalen alsmede de toeslagen en toelagen ingevolge artikel 32 van
de cao verhoogd met 1,85 %.

Ingaande 1 maart 2017 worden de cao-Ioonschalen, de toeslagen en toelagen ingevolge artikel 32 van de cao verhoogd met 2 %.

Eenmalige uitkering
Werkgevers zullen op 1 juli 2016 eenmalig een bedrag van € 250,– bruto betalen als tegemoetkoming voor het eerste half jaar van 2016. Voor werknemers die niet de gehele periode van 1 januari 2016 tot 1
juli 2016 in dienst zijn geweest, geldt een uitbetaling naar rato van het dienstverband over die periode. Parttimers krijgen het eenmalige bedrag naar rato.

ABP deelnemers
Werknemers die ABP deelnemer zijn, ontvangen per 1 januari 2016 een toeslag van 0,8% naar rato van
het dienstverband. Deze toeslag heeft een voorwaardelijk karakter en is gekoppeld aan de toekomstige premieontwikkeling bij het ABP.
Daarenboven ontvangen ABP-verzekerden op 1 juli 2016 eenmalig € 150,– bruto naar rato van het dienstverband.

Eindejaarsuitkering deelnemers SPOV
De eindejaarsuitkering in artikel 21A van de cao wordt met ingang van het jaar 2017 structureel pensioengevend gemaakt.

Ouderenregeling
De Ouderenregeling (artikel 20A) wordt ook opengesteld voor parttimers met een arbeidsduuromvang van tenminste 28 uur per week. Hiermee wordt aangesloten bij de urengrens zoals deze voor parttimers is opgenomen in artikel 9 van de cao.
Voor de diensttijdbepaling van 10 onafgebroken diensijaren worden de parttime perioden met een arbeidsduur van 28 uren of meer per week meegeteld. De regeling is pro rata van toepassing op de deelnemende parttimer.

SPF
Ten aanzien van de wijzigingen met betrekking tot de SPF pensioenregeling wordt de lijn gevolgd van, de
nog af te spreken aanpassingen cao multimodaal vervoer.

Werkgroep Instroom
Er zal een paritaire werkgroep worden opgericht die zich specifiek bezig zal houden met de doorstroom van uitzendkrachten, instroom ander nieuw personeel en de instroom van jongeren/BBL-ers binnen de bedrijven op een arbeidsovereenkomst. De werkgroep zal een model ontwerpen, waarbij voor de verschiiiende doeigroepen voidoende perspectief aanwezig isibiijft op een vaste baan binnen een OV­ bedrijf.

Gedurende deze contractperiode hebben partijen de volgende operationele afspraak gemaakt. Het is nu al zo dat jongeren ” 27 jaar) rechtstreeks kunnen worden benoemd op formatieruimte die ontstaat door deelname aan de Ouderenregeling 60+ (artikel 20A, lid 3). Echter wanneer een jongere (bijvoorbeeld BBL-er Sectorplan) rechtstreeks in dienst komt en daarbij een structurele vacature gebruikt die op een andere wijze is ontstaan (bijvoorbeeld door pensionering, uitbreiding werk), dan zal om verdringing van

een uitzendkracht te voorkomen, de eerstvolgende vacature worden aangeboden aan de uitzendkracht, volgens artikel 12.4.
Dit betreft een tijdelijke operationele afspraaklregeling in afwachting van een definitieve afspraak die gemaakt wordt in bovengenoemde paritaire cao-werkgroep.

Inschaling BBL’ers
BBL’ers zullen op het moment dat ze zelfstandig (zonder fysieke begeleiding in de bus) kunnen rijden, worden ingeschaald in de chauffeursloonschaal.

Werktijden
Bij het maken van nieuwe dienstroosters, zal een late dienst door zijn omschrijving niet meer in aanmerking komen voor toepassing van Bijlage 11, B, lid 6 (maaltijddiensten). Partijen streven ernaar dat de frequentie van maaltijddiensten in combinatie met dagdiensten niet wordt verhoogd.

Van de arbeidstijd uit een dienst maken eveneens betaalde niet-rijwerkzaamheden deel uit, zoals pauzes, op-/afstaptijd, aanrij-/afrijtijd, keertijd, e.d. Dit zal expliciet in de cao-tekst worden opgenomen.

Pauzes zullen daar waar mogelijk op een evenwichtige wijze binnen de arbeidstijd van de dienst of het dienstdeel worden ingebouwd c.q. verdeeld. Wanneer hier niet in voldoende mate aan wordt voldaan, kan dit een reden zijn voor de (Iokale) medezeggenschap om de goedkeuring aan een dienst of het dienstrooster te onthouden.

Bij het maken van de werktijdregeling door het bedrijf zal uitgegaan worden (in de voorplanning) van een dagelijkse rust tussen de diensten van minimaal 11 uur en zal de betreffende roulering die aan de lokale medezeggenschap wordt aangeboden, derhalve hieraan voldoen. Bij de (Iatere) dagelijkse planning/dienstindeling kan hier na instemming van de medewerker van worden afgeweken, rekening houdend met de wettelijke bepalingen.

Experimenten
Gedurende de looptijd van de cao kunnen in de bedrijven experimenten worden gestart om te komen tot meer evenwichtige en regelmatige diensten en meer op maat gemaakte rouleringen. Doel van deze experimenten is het gezamenlijk verkennen en experimenteren met andere vormgeving van roosters, met als uitgangspunt het bereiken van een win-win situatie voor zowel medewerkers als het gaat om meer regelmatige diensten en rouleringen die zorgen voor een betere werk-prive balans als voor werkgevers een meer efficiente inzet van de beschikbare personeelscapaciteit.

De experimenten zullen aan een aantal spelregels en voorwaarden voldoen, zoals:
o Het gaat om experimenten en niet om pilots;
o De experimenten zijn concreet beschreven in de zin van doel, tijd, aanpak etc.;
o Uitvoering moet door de werkgever en de medezeggenschap gebeuren;
o Er moet draagvlak zijn onder de betreffende werknemers;
o Met instemming van de ondernemingsraad: dit betekent dat de experimenten eerst schriftelijk aan de medezeggenschap worden voorgelegd
o De experimenten moeten geevalueerd worden en er moet onafhankelijk onderzoek naar worden gedaan;
o Werknemers kunnen er financieel niet op achteruit gaan tijdens het experiment;
o Er moet een stuurgroep gevormd worden door partijen (werkgevers en vakbonden) die conciusies trekt, toezicht houdt, experimenten cobrdineert etc.

De resultaten en uitkomsten van de experimenten zullen betrokken worden bij de volgende cao­
onderhandelingen.

Onderzoek
Cao-partijen zullen een onafhankelijk onderzoek instellen naar werkdruk, werkdrukbelevingen ziekteverzuim binnen de sector. Partijen zullen daartoe gezamenlijk een opdracht formuleren en een wetenschappelijke, medische onderzoeksinstantie selecteren en een stuurgroep instellen.

Persoonlijke ontwikkeling
Binnen de cao wordt het mogelijk gemaakt om medewerkers, op eigen verzoek, een ontwikkelingsbudget te verschaffen door de bruto waarde (bruto waarde plus werkgeversdeel sociaIe lasten) van ATV dagen (uitgezonderd ATV 50 plus), bovenwettelijke vakantiedagen, die volgens de cao kunnen worden verkocht

en eventuele andere bronnen, te ruilen voor fiscaal gefaciliteerde regelingen in het kader van ontwikkelingsgerichte c.q. beroepsgerelateerde cursussen en opleidingen. Het betreft hier niet studies die voor de werkgever en/of werknemer van belang wordt geacht overeenkomstig de regeling
studiefaciliteiten van art 50 en bijlage 23 van de cao.

AOW’ers
De inzet van AOWers zal tot een minimum worden beperkt. Ze worden aileen ingezet in geval van piek
en ziek en wanneer de formatie op orde is. De bestaande afspraken worden gerespecteerd en er vindt geen uitbreiding plaats van de huidige AOW’ers binnen de bedrijven.

Nieuwe wetgeving – Wet werk en zekerheid
Artikel 8 (proeftijd) zal aan de nieuwe wetgeving (WWZ) worden aangepast.

Greenfield – onderaanneming van werk
Aan artikel 4 van de cao worden de volgende teksten toegevoegd:

Artikel 4B. (onderaanneming) Lid 2
Bij onderaanneming van werk aan besloten busbedrijven (ondernemingen die busvervoer verrichten in de zin van de Wet Personenvervoer (2000 Stb. 314)) is de werkgever verplicht te bedingen dat door het besloten busbedrijf de thans vigerende cao Besloten Busvervoer wordt nageleefd voor het betreffende OVwerk.

Ais onverhoopt geen nieuwe cao Besloten Busvervoer wordt afgesloten waar FNV en CNV partij zijn, kan dat gevolgen hebben voor de arbeidsvoorwaarden van de medewerkers die namens een besloten busbedrijf OV werkzaamheden verrichten. Partijen betrokken bij de cao OV zullen dan in overleg treden om te bezien hoe deze problematiek dan kan worden opgelost.

Artikel4C. (informatieverplichting werkgever) Nieuw lid
De werkgever is verplicht op schriftelijk verzoek van een vakvereniging die partij is bij deze cao binnen 12 weken schriftelijk aan te tonen dat de cao Besloten Busvervoer correct is nageleefd door het besloten busbedrijf (zie art. 4B lid 2) over een periode van maximaal 1 jaar voorafgaand aan het verzoek. Er kunnen geen gegevens van voor 1 januari 2016 worden opgevraagd.

Niet herleidbare indirecten
In Bijlage 34, lid 5 van de cao zal worden opgenomen dat tijdens het zogenaamde artikel 40 overleg een afspraak gemaakt wordt tussen de oude concessiehouder, de nieuwe concessiehouder en de betrokken vakvereniging(en), dat werknemers die overgaan naar de nieuwe concessiehouder, niet binnen 18 maanden weer aangewezen worden voor een concessie-overgang, tenzij op eigen verzoek.

Artikel 99 verlengen

Afspraken onder voorbehoud strijdigheid wet of regelgeving
De afspraken gemaakt in dit onderhandelingsresultaat zijn gemaakt onder het voorbehoud dat er geen sprake is van strijdigheid met wet of regelgeving. Mocht achteraf blijken dat een bepaalde afspraak
strijdig is met wet of regelgeving dan wei als gevolg daarvan onuitvoerbaar wordt, dan zullen partijen over die afspraak nader met elkaar in overleg treden.

Het onderhandelingsresultaat is tot stand gekomen onder voorbehoud van goedkeuring door de respectievelijke achterbannen. Partijen zullen elkaar zo spoedig mogelijk informeren over de uitkomst van de achterbanraadpleging.

Donderdag 2 juni 2016

VWOV

 

F. Kagie P. Verhoef

Dit bericht is geplaatst in FNV. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *